
Mijn moederhart schreeuwde ‘dit wil ik niet!’
Het moederschap was anders dan ik me voorstelde.
Gezellig met elkaar aan tafel knutselen, struinen door het bos of over het strand. Lachend, knuffelend en vooral in verbinding met elkaar en lekker ontspannen. Dat is hoe ik me het moederschap en het gezinsleven had voorgesteld. Maar het voelde als ploeteren, ik voelde me uitgeput, alleen en machteloos.
Ik probeerde van alles. Van mijn stem verheffen en mijn kind uit de situatie tillen. Tot speelgoed afpakken en hem op zijn kamer zetten om maar even van die boosheid verlost te zijn. Om even niet een krijsend kind op de grond te hebben. Of speelgoed door de lucht te zien vliegen.
Ik ging niet meer naar verjaardagen en vermeed supermarkten omdat ik dan wéér de ogen van andere voelde prikken bij een uitbarsting waarvan ik zeker wist dat die weer zou komen. Het voelde alsof al die ogen mij zeiden ‘jij bent écht een slechte moeder!’. Bij vriendinnen leek het allemaal zo makkelijk te gaan. Bij hen werkte het wél als ze duidelijke grenzen stelden bij hun kind. Bij ons was iedere grens of ‘nee’ als olie op het vuur en werden de boze buien alleen maar erger.
Ik was wanhopig op zoek naar iets wat wél zou helpen. Wat ons gezin de gezelligheid en ontspanning zou brengen. Ik volgde een mindfulness cursus, want rustig blijven als ouder zou moeten helpen. Ik volgde Triple P en voerde de time-out in. Wat vervolgens weer strijd opleverde omdat mijn kind niet op de time-out plek wilde blijven. Zelfs dat lukte mij als moeder niet. Dan moest ik wel echt een slechte moeder zijn. Meer en meer nam mijn onzekerheid toe. Maar ook mijn schuldgevoel. Omdat ik mijn kind blijkbaar niet kon helpen.
Na de zoveelste boze bui, de zoveelste strijd om het krukje, was het klaar.
Mijn kind voelde zich diep ongelukkig. En sloot zich naast de boze buien steeds meer af. De boze buien namen toe. En ik voelde me als moeder zó ontzettend gefrustreerd en alleen. Na de zoveelste boze bui, de zoveelste strijd om het krukje. Was het klaar. In tranen besloot ik dat het tijd was om al die goedbedoelde adviezen aan de kant te schuiven.
Een stemmetje in mij zei ‘het voelt niet eerlijk om hem op het krukje te zetten terwijl hij zich zo ellendig voelt. Als ik me boos of verdrietig voel, wil ik ook niet weggezet worden en het in mijn eentje oplossen’’.
Wat ik nog niet geprobeerd had, was ontdekken waar die boosheid vandaan kwam. Én waarom ik die boosheid zo enorm lastig vond. In plaats van heel hard te proberen het weg te krijgen en het gezellig te houden. Dit was het begin van een hele leerzame periode, de start van mijn opleiding tot holistisch kindercoach. Tijdens de opleiding leerde ik anders naar gedrag van kinderen kijken. Én de opleiding was één grote zoektocht naar wie ik zelf eigenlijk was. En naar hoe ik als moeder wilde zijn voor mijn kinderen.
Ik begon écht te kijken naar mijn kind. Het ging steeds meer opvallen dat hij schrok van harde geluiden, de strijd groter was bij het aantrekken van een spijkerbroek dan bij een joggingbroek, dat felle tl-verlichting. Dat een drukke supermarkt en overgangen regelmatig een driftbui als gevolg hadden. Die boosheid kwam voort uit overprikkeling.
Ik volg mijn gevoel, ook al denkt de wereld iets anders.
Ook in mijn hoofd schiet er nog weleens een gedachte als ‘ze zullen vast denken daar heb je haar weer’ als ik de juf vertel wat mijn kind nodig heeft. En ook ik voel nog steeds de ogen prikken wanneer ik op een verjaardag ervoor kies om mijn kind niet direct aan te spreken op zijn gedrag en wél eerst rust prioriteit te geven. En ook ik zie nog regelmatig aan de reactie van andere moeders dat ze denken ‘wat is dat kind een aansteller of die moeder is veel te soft!’
Ook met die fronsende wenkbrauwen en prikkende blikken en soms een knoop in mijn maag kies ik ervoor om mijn gevoel te volgen. De band met mijn kinderen én mezelf is me veel meer waard dan de mening van de rest van de wereld. Ik ken mijn kinderen het beste en weet wat zij nodig hebben. En ze hebben mij als moeder nodig om dat duidelijk te maken op momenten dat ze dat zelf nog niet kunnen.
Wanneer ik me verdrietig voel, huil ik. Als mijn hoofd vol zit, spreek ik dat uit. Wanneer ik een fout heb gemaakt vertel ik dat. Als ik iets nog niet kan, ben ik daar eerlijk over en zoek ik uit hoe ik het kan leren. Wanneer ik rust nodig heb, zorg ik ervoor dat ik die pak.
Het moederschap voelt inmiddels voor mij als voorleven. Samen ontdekken en groeien door te vallen en weer op te staan. Mijn kinderen leren door wat ze mij zien doen. Ik stel mezelf steeds de vraag ‘wat wil ik ze meegeven?’ En ‘wat heb ik nog te leren? Wat hebben wij samen nog te leren?’ Het lastige gedrag van een kind gaat nóóit alleen over het kind. Het gaat over het hele gezin.
Zo vaak zie ik ouders en kinderen worstelen en steeds verder van elkaar af bewegen. Ik weet uit eigen ervaring dat het anders kan. En help jou graag van spanning of strijd naar een gezinsleven vol ontspanning, verbinding en rust.
Opvoeden vanuit verbinding is kijken naar jezelf en je kind.